Home
Publicaties
Lezingen & presentaties
Publicaties
Het speelveld van Joost is de mens en de organisatie in een wereld die in razend tempo in de greep geraakt van de techniek. Van internet en alle applicaties die daar aan worden vastgeknoopt. “Tijd voor communicatie” behelst ook en is ook “timing van communicatie”.
Aan de hand van een reeks van stellingen en citaten uit toepasbare columns schotelde Steins Bisschop de deelnemers een knellend dilemma (zie ook de bovenstaande flapover). Enerzijds zijn er de verrukkingen van de technologische voortgang, zoals snelheid, eenvoud en onzichtbaarheid. Anderzijds speelt de 'timing van de communicatie':de moeilijk overwinbare behoudzucht om technologie ten volle te benutten en de toenemende kans te worden verrast uit een onvoorziene hoek; via het web ligt het nieuws sneller op straat dan ook. Worden we in dit spanningsveld geregeerd door de Apparaad, zoals Bisschop het topoverleg van geleerde apparatenmakers heeft gedoopt. Apparaad verdeelt de beschikbare tijd voor de onderworpenen. De mens als slaaf van de technologie. Of weten we deze voordelen aan te wenden om tijd vrij te maken voor zaken die aansluiten bij hogere vormen van menselijk bestaan en maken wij de techniek juist daaraan dienstbaar?
In het communicatievak lijken we vooral slaaf van de verworvenheden van de techniek en is regievoering steeds moeilijker geworden. Wat moeten we communiceren en hoe doen we dat? Hijgend lopen we achter talrijke agenda’s aan, die van de media voorop. En tussendoor proberen we de oervraag te beantwoorden: wie is slaaf van wie? Hadden we daar maar de tijd voor. Wiens tijd? Welke tijd? ‘When God made time, he made plenty of it’, maar is deze Ierse zegswijze ook herkenbaar in het gedrag van politici, het openbaar bestuur of binnen het bedrijfsleven? Kamerleden reageren voortdurend op nieuwsincidenten en er wordt steen en been geklaagd over de kwaliteit van de discussie.
Joost Steins Bisschop vindt de Campina-afpersingszaak een treffende illustratie van gebrek aan timing van de communicatie en gevolgen daarvan. Technologie doorkruist het doofpot-scenario. Uiteindelijk bracht Internetmagazine Netkwesties de zaak in de publiciteit en kon Campina niet langer zwijgen. Het gevolg: een vergiftigingszaak vergiftigt niet alleen consumenten maar vooral ook het kwetsbare merk. Dat verklaart veel van de langdurige geheimhouding. Het is van het allerhoogste belang dat de onderneming altijd de regisseur van het informatiespel is, onder alle omstandigheden.
Tot slot was er de dagverse column over de vraag of je naar het filmpje moet klikken dat de onthoofding van de Amerikaan Nicholas Berg laat zien: omdat het je wordt aangeboden? Committeer de kijker zich als hij op de uitnodiging om dat te doen ingaat? Het Berg-filmpje kan in iedere kamer met een webcam en een microfoontje zijn gemaakt. Er is maar één stap tussen het huiskamerpubliek en een wereldwijd podium, en dat is de drukbezochte plek op het internet waar naar het filmpje verwezen wordt. Het kan helpen om tegen de oude media te zeggen waar het spektakel te bekijken is. Welke populaire site gaf het eerste onderdak? Welke krant of radio- of tvzender repte het eerste over het filmpje? Ergens nam iemand voor het eerst de beslissing om anderen te verwittigen. Is dat de keerzijde van de openheid van het web? Zet technologie op die manier niet juist aan tot geweld? Wat als de gruweldaad tegen Nicholas Berg niet tot in de huiskamer kon worden gebracht? En kunnen we dat voorkomen?
De foto’s van het koninklijk huis bewijzen van niet. De van Maxima gestolen beelden vonden gretig onderdak bij SBS. Als wij het niet doen dan doet een andere omroep het, zo luidt de karaktervolle redenering. Dat kleine Nederlandse medialandschap is al niet te beheersen, laat staan het internet met haar miljoenen producenten en zenders, die anoniem de wereld kunnen bereiken.
In de discussie met vertegenwoordigers van overheid en uiteenlopende bedrijfstakken kwam de duidelijke conclusie dat een sterke identiteit is een voorwaarde om stand te houden in deze wereld. Het zelfvertrouwen is daardoor groter, wat tot zelfbewust optreden leidt en de verleiding te reageren op incidenten afneemt: “Laat maar waaien.”
Er kwam ook uit dat de exposure van uit de verschillende bedrijfstakken voor dit fenomeen verschillend is. De overheid is er ernstig mee geconfronteerd en levert dan ook veel inspanning om het initiatief te hebben en te houden. Minder marketing georiënteerde dienstverlening begint er tegenaan te lopen. In de advocatuur lijkt internet nog slechts een ondersteunende functie te hebben, de groene sector begint eraan te snuffelen. In de gezondheidszorg wordt daarentegen de initiërende en regisserende functie dagelijks ervaren.
Alle aanwezigen waren het er echter over eens dat de massale en anonieme kant van het internet niet alleen nadelen heeft. Het biedt uiteindelijk aan serieuze zenders de mogelijkheid om binnen te komen bij onvoorziene adressen en om impact te creëren. Dezelfde combinatie van voor- en nadelen gaat op voor het betrouwbaarheidsgehalte. In de massaliteit is betrouwbaarheid steeds weer een vraagpunt (is het onthoofdingsfilmpje wel echt?), aan de andere kant zal betrouwbaarheid een opvallend element in de internetidentiteit kunnen worden. Het is in dat opzicht van belang als organisatie op een zelfbewuste manier uit te gaan van de eigen overtuigingskracht. Daaruit moet de regisseurspositie ontstaan en het vertrouwen worden opgewekt.